Limpopo Transfrontier Park

Vanuit Tofo trekken heel wat reizigers door naar het noordelijker gelegen Vilanculos om dan terug te keren naar Maputo (Maputo – Vilanculos: 705 km; Tofo – Vilanculos: 350 km).  Een alternatieve bestemming is het binnenland met het Limpopo Park, zeg maar de Mozambikaans tegenhanger van het Kruger park. Tijdens de burgeroorlog had dit gebied zwaar te lijden van stropers maar langzaamaan is het park aan het herstellen. Nu maakt het park deel uit van het Limpopo Transfrontier Park, een van de grensoverschrijdende natuurgebieden in het netwerk van Peace Parks dat in Zuidelijk Afrika opgezet wordt. Ruth Teerlynck bezocht het park in 2007 en deed dat met het openbaar vervoer:

 
‘’s Morgens om 4.40 uur haalde de shuttle bus ons op aan de backpackers lodge Fatima’s Nest in Tofo. De bus dropte ons na een vijftal uren net voorbij Xai Xai in het plaatsje Macia. We vonden snel een chapa die ons tot in Chokwè bracht (60 km verder, 1 uur rijden). In Chokwè tenslotte namen we een busje naar Massingir, de grootste ‘stad’ bij het park (een weinig comfortabele rit van pakweg 3 uren). Massingir is een handvol huizen en hutjes aan een grote rotonde. Omdat het dichtstbijzijnde hotel nog zo’n 13 km verder lag zochten we een alternatieve slaapplek. Die vonden we bij een vriendelijke dame die wat Engels sprak en ons aanbood in haar huis te logeren. Van haar kregen we te horen dat er maar een paar uur per dag water is en electriciteit was er enkel ’s avonds tussen 18 en 24 u.
De volgende dag vonden we met behulp van de ‘locals’ een ‘bakkie’ dat ons tot aan de 10 km verder gelegen ingang van het Limpopo Park bracht. Daar was het een heen en weer geloop van parkrangers in groene uniformen en ondanks de taalbarrière slaagden we erin om duidelijk te maken dat we het park wilden bezoeken (entrance fee: 200 MT per persoon). Dat had heel wat voeten in de aarde maar uiteindelijk slaagde een ranger erin om ons een lift te bezorgen. Het was duidelijk dat er hier weinig toeristen komen. De laatste toeristen waren de dag voordien met twee toegekomen om met de auto het park te doorkruisen tot in Zuid-Afrika. De bezoekers daarvoor dateerden van meer dan een maand geleden! Echt populair kun je het park, dat open is sinds 2005, dus niet noemen. Georganiseerde gamedrives zijn er niet en bezoekers zonder auto hadden ze dus waarschijnlijk nog nooit gezien.
Met het bakkie ging het over hobbelige wegen door een landschap van lage boompjes en dicht struikgewas. Af en toe zagen we een kudde impala’s wegschieten of grote vogels wegvliegen. De auto stopte pas bij de grens met Zuid-Afrika die we pas twee uur later zouden verlaten. Het was merkwaardig te moeten vaststellen dat deze grenspost in het midden van de ‘bush’ voorzien was van stromend water, elektriciteit en luxueuze toiletten. Dit terwijl ze in het stadje Massingir kilometers moeten lopen om een emmer water te kunnen vullen.
Op de terugrit naar Massingir Gate zagen we ondermeer een kudde olifanten, enkele gnoes en impala’s. Limpopo Park leeft dus toch.’