Muziek in de townships
AIDsHIT, zo heet het project dat Caroline Bekaert, Fieke Velghe en Hannelore Depypere uitwerkten in een township van Kaapstad. Met een zelfgemaakt educatief spel rond aidsproblematiek trokken ze langs scholen.
AIDsHIT, zo heet het project dat Caroline Bekaert, Fieke Velghe en Hannelore Depypere uitwerkten in een township van Kaapstad. Met een zelfgemaakt educatief spel rond aidsproblematiek trokken ze langs scholen. De reacties van de schoolkinderen verwerkten ze vervolgens in een lied over aids. Een stevige brok hiphop die ze inblikten, met de hulp van een stel township rappers.
Zuid-Afrika ligt al enkele maanden achter de rug en Hannelore zwerft ondertussen rond in Zuid-Amerika, maar Fieke en Caroline houden het vuur brandend. Dat blijkt alvast uit het enthousiasme waarmee ze herinneringen ophalen én uit de plannen die ze koesteren om een vervolg te breien aan hun project.
Hun verhaal begint in Gent, waar het trio Afrikanistiek, geschiedenis en ontwikkelingssamenwerking studeerde. In de vrije uren smeedden de vriendinnen buitenlandse plannen en zo rijpte gaandeweg het idee om via het programma Extra Time een project op te zetten. Fieke en Hannelore hadden voor hun thesis de samenlevingsvormen in de townships bestudeerd en in dat kader al wat terreinervaring opgedaan in Kaapstad. Bovendien hadden ze er interessante contacten met lokale muzikanten aan overgehouden. Nadat ze een inleefreis maakte met haar ouders, was Zuid-Afrika ook voor Caroline geen onbekende meer. Vanuit die ervaringen en interesses boksten ze uiteindelijk AIDsHIT in elkaar, een project rond muziek, jongeren en de aidsproblematiek.
Wat hield jullie project precies in?
Eigenlijk bestond AIDsHIT uit twee grote luiken. Het eerste luik was een gezelschapsspel rond aids waarmee we jongeren wilden sensibiliseren. Daarmee trokken we naar drie scholen in drie verschillende townships: Westbank, Eersterivier en Philippi. Twee scholen met vooral kleurlingen en een met hoofdzakelijk zwarte kinderen. Met de steun van de leerkrachten verzamelden we teksten en tekeningen. Dat was in november en december van vorig jaar. Na Nieuwjaar gingen we dan aan het werk met lokale hiphopartiesten. De muzikanten gebruikten het verzamelde materiaal als basis voor een raptekst die op een hiphopbeat werd gezet. Dat was het tweede luik van het project, met als resultaat de cd-single ‘Nomakunzima’, een Xhosa uitdrukking die ‘ook al is het moeilijk’ betekent.
Hoe verliep de samenwerking met de Zuid-Afrikaanse rappers?
Dat was eigenlijk het minst gestructureerde deel van ons project. Gelukkig kenden we sommigen al van vroeger, wat het samenwerken gemakkelijker maakte. Enkelen hebben trouwens al in België getoerd met de groep Godessa, die onder meer in De Vooruit in Gent speelde. Het zijn stuk voor stuk gerespecteerde muzikanten, met een duidelijk engagement. Daarom waren ze bereid met ons samen te werken, ook al hadden we weinig middelen. Je moet weten dat muzikanten die het willen maken naar Johannesburg trekken omdat daar de muziekindustrie zit. Artiesten zoals Maninho, Burni, Teba en Crosby kiezen voor hun roots en die liggen in Kaapstad. Rijk worden ze niet van hun muziek. In een geïmproviseerde huisstudio en met een laptop op afbetaling werd een beat uitgewerkt. Daarna volgde een namiddag brainstormen voor de tekst en werd het lied opgenomen.
Veel mensen associëren de term ‘township’ met geweld en criminaliteit. Hoe kijken jullie daar tegenaan?
Wij werkten wel in de townshipscholen maar logeren deden we bij een vriend in Woodstock, een buitenwijk van Kaapstad. In de townships leven vooral kleurlingen en zwarten. Als blanke ben je er een vreemde eend in de bijt. Het valt trouwens op dat, ondanks de afschaffing van de apartheid en de goede wil, bij de meeste Zuid-Afrikanen nog altijd raciale barrières bestaan. Dat betekent niet dat je niet welkom bent. Wij hebben trouwens heel goede herinneringen aan de samenwerking met de leraars van de townshipscholen. Je moet wel je gezond verstand gebruiken. ’s Avonds loop je er beter niet alleen rond. Ook in een wijk als Woodstock blijf je ’s avonds trouwens best binnen.
Vonden jullie tussendoor de tijd om wat aan toerisme te doen?
Veel vrije tijd was er niet, maar in de weekends maakten we wel uitstapjes. Bij de start van het project hadden we een Volkswagen kevertje gehuurd, zodat we over eigen transport beschikten. Dat was trouwens best betaalbaar. De verhuurfirma doet niks anders dan ‘beetles’ verhuren op maandelijkse basis en aan heel lage prijzen (zie www.bestebeetle.co.za). Met ons kevertje trokken we op vrije dagen naar de natuurgebieden rond Kaapstad.
Wat gebeurt er nu verder met de AIDsHIT?
Het zou tof zijn als we de cd-single ook in België zouden kunnen verspreiden. We zijn momenteel op zoek naar mogelijke sponsors en verdeelkanalen. Misschien zijn concertorganisatoren geïnteresseerd om de Zuid-Afrikaanse muzikanten naar hier te halen. Verder zijn we, na een geslaagde spelnamiddag in een Vlaamse school, ook van plan ons spel in België te verspreiden. Verder wordt momenteel gewerkt aan een software versie van ons aidsspel. Daarvoor werken we samen met een docent ‘Human Ecology’ aan de universiteit van West-Kaap. Die man was heel geïnteresseerd in het spel en werkt nu aan een digitale versie. Die zal op cd worden uitgebracht om in Zuid-Afrikaanse scholen te verspreiden. Mocht dat lukken, dan is ons project een compleet succes.
Info
Extra Time is een subsidielijn van de Vlaamse overheid voor jongeren tussen 16 en 25 jaar die in het buitenland een project opzetten. Op www.extra-time.be vind je er alles over. Voor info over het AIDsHIT-project kun je terecht op http://aidshit.skynetblog.be
Jongeren
Startkits
Nieuwsbrief
Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief.




