Goudzoekers en ecotoeristen in Mozambique

Onbekend maakt onbemind. Dat geldt ook voor het natuurgebied van Chimanimani in Centraal-Mozambique. Toch heeft het gebied heel wat te bieden.

Chikukwa

Reizigers vinden er Mount Binga, de hoogste berg van Mozambique, en alle grote ecosystemen van Zuidelijk Afrika: savanne, regenwoud, bergwouden en de Afrikaanse versie van de alpenweiden. Maar Chimanimani is ook in de greep van de goudkoorts. Naar schatting vijf- tot tienduizend ‘garimpeiros’ -goudzoekers- zijn actief in het gebied. Landbouwingenieur en ecoloog Stefaan Dondeyne werkte drie jaar in de streek. Zijn verhaal is er een over ecotoeristen en goudzoekers.

Mozambique eist langzaam maar zeker zijn plaats op als reisbestemming. Vooralsnog is het de kust die de meeste aandacht trekt. Maar ook in het binnenland, met name in de natuurparken, is het toerisme aan een discrete terugkeer begonnen. Natuurbescherming, armoedebestrijding en avontuurlijk toerisme kunnen er zelfs hand in hand gaan. Zo denkt Stefaan Dondeyne er over. Hij groeide op in Afrika, studeerde in België af als landbouwingenieur en vertrok prompt opnieuw naar het zuiden. Na passages in Nigeria en Tanzania, ging hij aan de slag als adviseur bij het Mozambikaans Ministerie van Leefmilieu. De voorbije drie jaar was zijn standplaats Chimoio, een provinciestad in het hart van Mozambique. Het ligt bij het reservaat Chimanimani, een geïsoleerd maar uitzonderlijk natuurgebied. Met de bufferzone meegeteld, is het goed voor een oppervlakte van 2500 vierkante kilometer.    
Stefaan: ‘De streek is belangrijk voor landbouw en goudontginning. Die laatste activiteit speelt zich vooral af aan de grens met Zimbabwe, in en rond het natuurreservaat. Het is een ruw, moeilijk toegankelijk berggebied en een hotspot voor biodiversiteit, met veel endemische diersoorten. De hoogte varieert van 100 tot 2000 meter. Op een beperkt gebied van enkele honderden vierkante kilometer, vind je er de voornaamste vegetatiezones van Zuidelijk Afrika: van savanne, regen- en bergwoud tot ‘alpenweiden’. Binnen de grenzen van het natuurreservaat zijn er echter ook zo’n vijf- tot tienduizend goudzoekers actief. Mijn werk situeerde zich op het terrein van de milieuplanning en het in kaart brengen van de impact die de goudontginning heeft op het natuurreservaat. Je moet weten dat de gouddelvers nog puur artisanaal te werk gaan. Er is geen mijnbouw op industriële schaal. De grote mijnbedrijven hebben twijfels over de rendabiliteit en vrezen de overheidsbureaucratie. Die bezwaren gelden niet voor de artisanale goudzoeker, die een veelvoud kan verdienen van wat de landbouw hem oplevert.
 
Welke consequenties heeft die goudkoorts voor het natuurgebied?
Stefaan: De goudzoekers trekken naar plekken waar iets te vinden is en storen zich niet aan grenzen van natuurparken. Ze zijn niet georganiseerd en er is geen enkele controle op arbeidsomstandigheden, kinderarbeid of voorschriften inzake gezondheid en veiligheid. Je zou het een soort ‘far west’ in Afrika kunnen noemen. Alles gebeurt illegaal, maar de overheid gedoogt de situatie. Nu is het wel zo dat al meer dan duizend jaar aan niet-industriële goudontginning wordt gedaan in dit deel van Afrika. De Mozambikaanse overheid heeft daarom een aantal gebieden gemarkeerd, waar het artisanaal delven naar goud is toegestaan. Chimanimani behoort echter niet tot deze gebieden. Het risico van die ongecontroleerde goudwinning is dat er ontbossing of andere ernstige milieuschade ontstaat. Nu reeds dreigen rivieren die essentieel zijn voor drinkwatervoorziening ernstig vervuild te geraken. Het probleem is ook dat het reservaat in een grensgebied ligt. Het sluit aan op het gelijknamige nationaal park in Zimbabwe, waar harder wordt opgetreden tegen illegale goudzoekers. Die zoeken dan een toevlucht aan de Mozambikaanse kant van de grens. De dertig parkwachters die er zijn, kunnen zo’n uitgestrekt en moeilijk toegankelijk gebied onmogelijk goed controleren.
 
Hoe verzoen je natuurbescherming en goudkoorts met elkaar ?
Stefaan: Armoede en gebrek aan alternatieve inkomstenbronnen zijn de voornaamste drijfveren om als goudzoeker aan de slag te gaan. Hoe schamel het inkomen van een goudzoeker ook is, het ligt nog altijd veel hoger dan wat hij in de landbouw kan verdienen. Harde repressie is volgens mij niet mogelijk en ook niet wenselijk. De enige haalbare oplossing is om natuurbescherming, toerisme en goudontginning op elkaar af te stellen. Daarom is het belangrijk om zicht te krijgen op de manier waarop de goudzoekers georganiseerd zijn en om ze te betrekken bij het vinden van mogelijke oplossingen, zoals het introduceren van milieuvriendelijker ontginningstechnieken. Even belangrijk is het om alternatieve inkomstenbronnen te vinden. De uitbouw van een zachte vorm van toerisme kan daar toe bijdragen. Chimanimani heeft op dat terrein wel degelijk troeven.
 
Wat  zijn die troeven dan wel ?
Stefaan: Chimanimani is uniek omdat je er op een beperkte oppervlakte een grote diversiteit aan ecosystemen vindt. Savanne, bergen en regenwoud, het is er allemaal. Het gebied rond Mount Binga, de hoogste berg van Mozambique, is ideaal voor trekkings. De streek heeft ook birdwatchers veel te bieden en er zijn sites met unieke prehistorische rotstekeningen. Chimanimani is ook geen klassiek natuurpark, waar je de illusie krijgt van een Afrika zonder mensen. Dat Afrika is overigens een mythe. De mens was er altijd, alleen moest hij in nationale parken vaak plaats maken voor de natuur. Niet zo in Chimanimani, daar ben je in de natuur en kom je mensen tegen. Net dat maakt een bezoek extra boeiend.
Veel toeristen komen er nog niet. Vorig jaar telden we er net geen honderd. Dat heeft ook te maken met het isolement en de gebrekkige infrastructuur. Daar komt nu langzaam verandering in. Backpackers kunnen vanaf het toeristische Vilanculos, aan de kust, vrij gemakkelijk met het openbaar vervoer tot in Chimoio geraken. Het is een trip van zes tot acht uur. Daar is een backpackershostel: de Pink Papaya. Van daaruit kun je verder reizen met een ‘chapa’, een minibusje, naar een basiskamp in het Moribanebos. Er zijn ook kampen in Mahate en Chikutwa, maar om die te bereiken heb je een 4x4 nodig. In het gebied ligt ook Mount Binga, met 2436 meter de hoogste berg van het land. Met lokale gidsen en dragers kun je een trekking naar de top maken. Een bijkomende troef is dat Chimoio op de route ligt van overlanders die vanuit Mozambique doorsteken naar Malawi. Voor hen kan Chimanimani een interessante tussenstop zijn. Het zal hoe dan ook een bestemming voor avontuurlijk ingestelde reizigers blijven.  
 
Hoe staat de lokale bevolking daar tegenover?
Stefaan: ‘De streek is arm. Naast landbouw en artisanale goudontginning zijn er weinig bronnen van inkomsten. Het toerisme kan daar iets aan verhelpen. Dat moet dan wel in samenspraak met de lokale bevolking gebeuren. De bewoners van het natuurreservaat behoren tot de Shona, die ook aan de Zimbabwaanse kant van de grens leven. Het gebied is al generaties lang hun thuis en ze staan op hun strepen. Een poos geleden kwam er een delegatie van de Wereldbank op bezoek in het kader van de creatie van een grensoverschrijdend natuurpark. De vergadering kon pas plaats hebben na een ceremonie op een heilige plaats. De dorpsleiders verzochten de hoge gasten van de Wereldbank de schoenen uit te trekken en hen blootsvoets te volgen naar de heilige plaatsen. De boodschap was duidelijk, de lokale bevolking staat open voor nieuwe initiatieven maar verwacht respect. Als statement kon dat tellen. Concreet zijn er laatste maanden ook stappen gezet door de Brits-Mozambikaanse ngo Micaia om het ecotoerisme op gang te trekken. Er werd een vennootschap opgericht, met de lokale dorpsgemeenschap als business partner. In het bosrijke deel van het natuurreservaat wordt een basiskamp opgericht, beheerd in partnerschap met de lokale gemeenschap. Van daaruit kunnen dan excursies en trekkings georganiseerd worden. Dat is een andere vorm van toerisme dan die aan de kust, waar de toeristische industrie voor een groot deel in handen is van buitenlandse, vaak Zuid-Afrikaanse, ondernemers en er voor de lokale bevolking hooguit wat kruimels van tafel vallen.
 
In Centraal-Mozambique ligt nog een ander natuurgebied, het Gorongosa National Park. Is dat geen concurrent voor Chimanimani?
Stefaan: Gorongosa is een savanne- en bosgebied van vierduizend vierkante kilometer in de uitlopers van de grote Riftvallei. Ooit stond het bekend als het Serengeti van Mozambique. Er is een verbluffende densiteit van groot wild. Maar toen kwam de burgeroorlog en werd het gebied deels slagveld, deels vrijzone voor stropers en jagers. Bij het afsluiten van de vredesakkoorden was Gorongosa zo goed als leeg gejaagd. Nu wordt het nationale park beheerd door de Amerikaanse filantroop-miljonair Greg Carr. De komende twintig jaar neemt hij het management van het nationaal park voor zijn rekening. Een groots opgezet herintroductieprogramma van olifanten, hippo’s, buffels en zebra’s, plus de opstart van het ecotoerisme in samenwerking met de lokale bevolking, zijn daarvan de eerste resultaten. Gorongosa is een boeiend gebied, maar toch weer anders dan Chimanimani, dat zowel bergen en savanne als regenwoud heeft. Anders dan in Gorongosa leven er ook heel wat mensen binnen de grenzen van het reservaat. Dat maakt het ook bijzonder. Beide parken zijn volgens mij complementair en dus perfect combineerbaar.
 
PRAKTISCH
Mozambique telt zes nationale parken en zes Reservas Nacionais, samen goed voor 12,6% van de totale oppervlakte.
-         Het Reserva Nacional de Chimanimani ligt in Centraal-Mozambique (district Sussundenga, in de provincie Manica), aan de grens met Zimbabwe. Reken op twee dagen rijden vanuit Maputo naar Chimoio. Vanuit de kustplaats Vilanculos naar Chimoio is zes tot acht uur rijden.
 
Toeristische informatie over Mozambique vind je op www.visitmozambique.net, www.futur.org.mz. www.mitur.gov.mz en